vrijdag 26 augustus 2016

Karl Hammer, en zijn dartele komedianten



God is een komediant die voor een publiek speelt
dat te bang is om te lachen.

Voltaire




In 2012 wierp Karl Hammer een sensationeel gespreksthema voor het internationale voetlicht. Over zijn gevecht met een draak die hij niet vloeren kon; in een zonderlinge parabel over zijn onmacht om een sibillijnse, want versleutelde, maar hoopgevende brief te ontcijferen. Daaraan gevoegd een ootmoedig verzoekschrift om een kraakpoging te wagen met, voor de eerlijke vinder, een vorstelijk honorarium van duizenden knisperende Eurobiljetten in het verschiet. God is groot, even groot als zijn frustratie omdat slechts één minuscuul detail hem van de oplossing weerhield. Voor een slimmerik een fluitje van een cent, toch? Wie rekent zich bekwaam te wanen naar het licht?
Tal van speurders raakten in de ban van Hitlers geheid toegezegde goud- en diamantschat. Welgemoed en dapper togen ze op reis. Maar, puntje bij paaltje, werden ze als door een rattenvanger van Hamelen misleid. Door de bedrieglijke Mare dat eertijds Martin Bormann, Hitlers secretaris, als een sluwe smid de schatkaart fabriceerde en dat de oplossing kinderwerk zijn moest.
Een van hen roerde de communicatiekanalen in de overtuiging dat hij in een warwinkel van snode verstoringen het ene beslissende dingsigheidje gevonden meende te hebben. Hij vocht als een leeuw en creëerde tot zijn eigen verbazing een heus internationaal mediaspektakel, begeesterde honderden om een kleine investering te doen in het event en wist onwillige bestuurders van het stadje Mittenwald te overreden om in haar krochten te mogen delven. Voorwaar een knappe prestatie. Hij vond echter niets van waarde. Sneu. Desalniettemin blinkt hij blij als een guppy en is apetrots. Waarop eigenlijk? Op zijn échec? Nee, dat niet, maar op het knaphandige verleggen van de aandacht van de schat naar het avontuur, naar het baren van een once-in-your-lifetime belevenis. Hij oordeelt zich per slot van rekening geen schatzoeker, eerder wonderzoeker, een verteller-met-andere-ogen van beroep. Terecht.




Zich evenmin bewust van de verholen allegorische wenken, wiskundige proporties en de diepe occulte onderstroom strooide een andere snuffelaar drie jaar lang met dozijnen uitwegen en lijnentrekkerijen. Vanuit een leunstoel waaruit hij ogenschijnlijk niet opstond en met een scheefstaande kroon als voorlopig orgelpunt wist hij niets anders te tonen. Maar toch kudos voor zijn volharding.
Een andere speurder, een nieuwe pagan, kent de plaats Mittenwald als zijn eigen broekzak. Rotsvast overtuigd van zijn gelijk en een heidens geloof in het ongeluksgetal (1), componeerde hij een rockopera en investeerde een klein fortuin in de productie en verkoop van zijn magnum opus. Met 13, de oplossing voor de Marsch, als snerpend thema verpakt in heidense wierookwolken nevelend rondom een mythische oerboom. 
Waarom het getal 13 en niet de Hammeriaanse 12 of 14? Veertien verwijst naar de Veertien Woorden in het Engels, de taal van de opera: “We must secure the existence of our people and a future for White children”? Helaas zal ook zijn levensboom niet alle 12 maanden van het jaar vruchten dragen en haar bladeren niet leiden tot de genezing der volken. Overigens, voor de mate van creativiteit die hij in zijn benadering stopte, betuigt Ysa haar cyrillisch respect: Чапеау!


En dan nog niet gesproken over de vele andere, meest anonieme, theorieën die geopperd werden, noch over de verwoede veldtochten met piepstokken op Beierse hellingen en in haar goedlachse bossen en velden. De beloofde aardse schat duikelden ook zij niet op. Want die zal nooit het daglicht zien. Omdat ze, uitgaande van de Marsch, in grofstoffelijke zin niet bestaat. Dartel of niet. Punt uit.

Hammer preekte. Als een vos de passie. Hij huichelde. In de hoop een ander te kunnen bewegen het echte verhaal uit te brengen. Dat gebeurde. Alleen… Hammer zelf werd doorzien. Dat is wat hij riskeerde en wellicht ook incalculeerde. Als nevenschade. Met kadaverdiscipline slachtoffert hij zichzelf nu aan het kruis, zijn Irminsul, als een martelaar voor zijn Heilige Zaak. Na drie van zijn twaalf, twaalf, twaalf maanden moet hij daar negen dagen en nachten hangen. Tot hij de domheid van de runen ontdekt en ontwaakt, uit een boze droom en een magische illusie armer.

Lees heel binnenkort, in de nazomer van 2016, Ysa Pastora’s boek Hitlers erfgoed, het derde deel in de vierdelige serie over De Jacht op een Nazi Schat.  





(1) De release van zijn oplossing vond plaats op vrijdag de dertiende: de dag waarop de Tempeliers gevangen genomen werden en van hekserij beschuldigd, maar ook de dag die is afgeleid van een Noordse sage over de kwaadaardige god Loki die als niet-uitgenodigde, dertiende gast, op het feest komt en de aarde in rouw dompelt.