maandag 8 februari 2016

Verborgen agenda: Karl Hammer en de jacht op een nazi-schat - recensie van Werner De Graaf over De Hamer van Thor



Op 12 december 2012 stonden de media vol met een meeslepend verhaal over een nog te ontdekken Nazi-schat. De vindplaats van deze schat zou versleuteld zijn in een partituur; een document dat via een aantal omzwervingen in handen gekomen was van een zekere Karl Hammer. Deze man had na 7 jaar vruchteloos zoeken het bijltje erbij neer gegooid en had besloten zijn ontdekking en zijn ervaringen ermee wereldkundig te maken.

Negen jaar na het verschijnen van Dan Browns Da Vinci Code zullen veel mensen dit verhaal afgedaan hebben als een stout staaltje effectbejag. Karl Hammer en zijn uitgeverij deelden de partituur in het boek Gezocht: Codebrekers en loofden bovendien 25.000 euro uit voor de gelukkige vinder van de schat. Dit is een bedrag dat in uitgeefland buitenissig is als het uit de marge van een te verkopen boek moet komen, maar wellicht effectief als het doel is om de scepsis van sommige boekkopers om te doen slaan in kooplust.

In 2015 verscheen echter De Hamer van Thor, geschreven door de Vlaamse auteur Patrick Bernauw en een groep die zich verschuilt achter het pseudoniem Ysa Pastora, en met deze publicatie worden twee grote vraagtekens opgeroepen. Het eerste vraagteken gaat over de aard van de schat. Het tweede betreft de motieven van de aanbrenger van de schatkaart.

Vooropgesteld: De Hamer van Thor is niet een zelfstandig boekwerk. Het moet deel uit gaan maken van een serie van vier boeken rond de Nazi-schat. Deel twee (Het Mysterie van Mittenwald) is recent verschenen en bevat de duiding van de ‘schatkaart’, de door Hammer gepubliceerde partituur. Het is dus logisch dat je na lezing van De Hamer van Thor nog met vragen blijft zitten.




Het boek is ook een sterke reactie op Gezocht: Codebrekers. De verhaallijn van het boek wisselt af tussen de figuur van Karl Hammer en de feiten zoals hij ze geboekstaafd heeft. Dit maakt het lastig om het boek als zelfstandig werk te lezen. De schrijvers willen daarnaast hun bevindingen graag onderbouwen (geheel terecht overigens, zoals zal blijken), maar deze gestructureerde opzet wordt doorkruist door een serie verklaringen die veroorzaakt zijn door een hetze op Facebook rond de figuur van Pastora. De lezer wordt zodoende getransporteerd in een aantal parallelle werelden. We maken de nadagen van de getrouwen rond Hitler mee, en de geschiedenis van het stadje Mittenwald in het naoorlogse Duitsland. Maar ook: we krijgen de link met het familiearchief van Pastora voorgeschoteld. We worden geconfronteerd met Karl Hammer en zijn achtergrond. Maar ook: we zien de meest serieuze schatzoekers met hun verschillende theorieën, en de genoemde Facebookrel. En we krijgen al voorproefjes van de bevindingen van Pastora, die zwaar leunen op niet al te hapklare brokken symboliek. Bernauw realiseert zich dat als hij de lezer waarschuwt: ‘Zet u schrap!’

Het beeld dat overblijft, als de stofwolk aan namen en theorieën is neergedaald, is wel fascinerend. Adolf Hitler, eigenaar van multimiljoenen, benoemt Martin Bormann als zijn executeur-testamentair voordat hij zelfmoord pleegt; het is waarschijnlijk dat Bormann overleden is bij de omsingeling van Berlijn, maar niet zeker. Een aantal nazi’s verenigt zich in de clandestiene verzetsorganisatie Werwolf, onder leiding van Otto Skorzeny; en om die te financieren beroven ze de Reichsbank. Bij de verovering van Duitsland in 1945 ontdekken Amerikanen goud, buitenlandse valuta en waardevolle spullen onder de grond, in de omgeving van Mittenwald; zo was het hoofd van de bergjagersschool in Mittenwald, kolonel Pfeiffer, betrokken bij het verbergen van kostbaarheden. Na de oorlog komen getuigenissen van betrokken bij het bewind en daarbij wordt ook verteld over verdwenen schatten, zoals een zending goudstaven en diamanten van Berlijn naar Mittenwald. Vijf jaar na de oorlog verschijnt Werwolf-topman Skorzeny weer op het toneel als een rijk man. Er is in de geschiedenis dus voldoende aanleiding om een nazi-schat aannemelijk te vinden, en er lijken nog voldoende witte vlekken om te bevolken met je eigen personages.

Wat Bernauw en Pastora doen met die schat aan informatie is het nauwgezet in twijfel trekken van het verhaal van Karl Hammer. Hammer voert een pastoor Otto op, en een Peter Schultz, die volgens beide schrijvers niet erg waarschijnlijk zijn. Bij elk brokje informatie die Hammer geeft, stellen zij een vraag: waarom Skorzeny niet genoemd? waarom Pfeiffer niet? En waarom niet verwezen naar het standaardwerk Nazi Gold, waar Gezocht: Codebrekers een grote overlap mee heeft?

Dat de zoektocht op basis van de partituur spannende momenten oplevert, bewijst ook het verhaal van speurder Lepage, die met een aantal wiskundige axioma’s uitkomt op een kapel op het terrein Buckelwiesen bij Mittelwald, waar hij zelf naar toe gaat om een kijkje te nemen. Deze kapel ligt op het terrein van een hotel; als hij bij de kapel is, komt hij de eigenaar hiervan tegen. Hij lijkt het vertrouwen van deze man te winnen, maar als hij na vertrek contact met hem probeert op te nemen, geeft de man niet thuis. Weet de man meer dan hij zegt te weten? Lepage deelt zijn informatie met Karl Hammer, en Hammer doet er niets mee.

Waarom verwijst Hammer niet naar mogelijke extra informatie? Kent hij deze niet? Of wil hij zich niet in de kaarten laten kijken? Waarom doet hij niets met de informatie van een andere speurder? Is het een platgetreden pad? Of is het niet in zijn belang dat er zaken onderzocht worden? Omdat het een geintje was dat teveel uit de hand gelopen is? Of is er meer aan de hand? Met deze vragen zijn we aangekomen op het eigenlijke onderwerp van De Hamer van Thor: de schrijver van Gezocht: Codebrekers, en de aanbrenger van de ‘schatkaart’: Karl Hammer.

Karl Hammer, of Karl Hammer-Kaatee, geboren in 1969, of in 1959, wordt in De Hamer van Thor op alle mogelijk wijzen gefileerd. Het begint met een persoonlijke afrekening van Bernauw, die claimt dat Hammer (onder andere) zijn boek Mysteries van het Lam Gods geplagieerd heeft om de ‘waargebeurde geschiedenis’ Satans Lied te schrijven. Het leentjebuur spelen bij andere bronnen is pikant, aangezien Hammer een mediabureau heeft dat content verzamelt van andere auteurs. Ook bijzonder is het feit dat Gezocht: codebrekers een heruitgave is van een eerder werk, Tranen van de wolf, zonder dat dit expliciet wordt gemaakt. Het onvermeld recycleren van content is wat Dan Brown ook deed in De Da Vinci Code (lees Het heilig bloed en de heilige graal maar eens), maar zonder claim op een daadwerkelijke schat.

Daarnaast vinden Bernauw en Pastora een merkwaardig verband tussen de Peter Schultz uit het verhaal van Hammer, en een Peter Schultz die als re-enactment acteur een voorliefde heeft voor nazirollen en actief is in het produceren en distribueren van neonazi propagandamateriaal; een verband tussen de Karl Hammer van Gezocht: Codebrekers,  een Karl Hammer die vertalingen maakt van SS ideologieën; en een Mark Harlem (anagram) die een spiritueel gezelschap leidt dat Maria Magdalena ooit beschermd zou hebben (let wel: dit was voordat dit het thema van de bestseller van Dan Brown zou worden). De vraag die dit oproept is: kunnen we de schrijver van Gezocht: Codebrekers beoordelen op wat hij ons zelf laat zien? Of moeten we een dieper verband zoeken?

Karl Hammer heeft ook een achtergrond als kunstfotograaf. Zelf geeft hij aan ‘imaginair realist’ te zijn, met een grote voorliefde voor mythologie en symboliek. Waar je na het lezen van De Hamer van Thor mee blijft worstelen is: is de man oprecht, en is het verhaal ook legitiem? Of hebben Bernauw en Pastora gelijk als ze beweren dat er een diepere laag achter dit verhaal verborgen is, en heeft het delen van de partituur een geheime agenda? Of is de man een charlatan die de suggestie kan wekken dat hij weet van bepaalde geheimen, terwijl hij ze gekopieerd en handig verhaspeld heeft uit beschikbare bronnen, en het allemaal een grote grap blijkt? Bernauw en Pastora’s argumenten wijzen op het tweede, maar hun vele sneren naar de belabberde kwaliteit van Hammers proza wijzen ook op het laatste. Het is aan de lezer van alle vier de delen om zijn eigen oordeel te vellen. 


Werner De Graaf, Utrecht

Ysa Pastora & Patrick Bernauw, De Hamer van Thor, vzw de Scriptomanen, 2015.
www.rauna.eu, www.bernauw.com, www.scriptomanen.org

Geen opmerkingen: