donderdag 26 februari 2015

En zo is het weer Donderdag geworden, en het gepaste moment om opnieuw te gaan donderen:

 Je kunt geen zinnige dingen vertellen over de gecodeerde partituur als je vertrekt van de verkeerde premisse. Men heeft het document ‘de Pastoorsbrief’ genoemd, alsof een pastoor er de auteur van zou zijn – wat zelfs in het relaas van Karl Hammer niet het geval is. Het document staat tevens bekend als ‘de Bormann Brief’, maar dat de code werd bedacht door Martin Bormann staat ook lang niet vast. 

Karl Hammer-Kaatee met het Tau Kruis - foto met toestemming van: 


Als puntje bij paaltje komt, kennen we de gecodeerde partituur uitsluitend via ‘een op feiten gebaseerd’ verslag van Karl Hammer, waarvan we alleen het woord van Karl Hammer hebben dat het op feiten gebaseerd is. Want het verhaal dat Hammer ophangt, wordt niet ondersteund door ook maar één enkel hard materieel bewijs. In interviews, zoals in Reyers Laat, benadrukt hij keer op keer dat zijn verhaal ‘gedocumenteerd’ is, maar dat is hoegenaamd niet zo. Gezocht Codebrekers bevat heel wat documenten en foto’s uit het ‘Archief Karl Hammer’, maar geen enkele van de personages die cruciaal zijn voor de geloofwaardigheid van zijn verslag, met name: Peter Schulz en pastoor Otto. Van partijboekhouder Franz Xaver Schwarz krijgen we anderzijds zowel foto’s als brieven te zien, die volstrekt irrelevant zijn voor het verhaal.
Volgt hieruit dat de Marsch-Impromptu fake is? Niet noodzakelijk. Gesteld dat Schulz en pastoor Otto verzinsels zijn van Hammer, dan zegt dat nog niets over de authenticiteit van de gecodeerde partituur. Maar je zult het met mij eens zijn dat een schattenjacht weinig zin heeft als je niet beschikt over de volledige en correcte achtergrondinformatie. En wat de gecodeerde partituur betreft, ontbreekt die op de meest volstrekte wijze. Omdat onderzoeksjournalist Karl Hammer dingen voor ons verzwijgt, omdat hij ze in ondoordringbare nevelen hult, of omdat hij ze door steeds wijdere omtrekkende (schijn)bewegingen aan ons zicht onttrekt.
Soms lijkt het erop of Karl Hammer niet wil dat iemand de Nazi Schat zou vinden. Maar met welke bedoelingen heeft hij er dan twee keer hetzelfde boek over gepubliceerd, zij het wel onder een andere titel? Op de Bol.com pagina van Gezocht Codebrekers lezen we bij de pluspunten ‘lijkt op een slimme verkooptruc’, en bij de minpunten ‘lijkt op een slimme verkooptruc’. Maar is het dan echt alleen dàt, en niets meer? Much ado about nothing?
Ik denk van niet. Sterker nog: ik weet heel zeker dat het much ado about Some Thing is.
Maar wat verzwijgt Hammer dan voor zijn lezers? Wat is het dat hij in nevelen wil verhullen en aan het zicht onttrekken?   En als het geen slimme verkooptruc betreft, wat zijn dan de ware bedoelingen van Karl Hammer?
Eén ding staat vast: in het hoofd van Hammer kan ik niet kijken. Maar op de andere vragen kan ik je wel het antwoord geven, als je tenminste het geduld opbrengt om de hele rit uit te zitten. Soms zul je misschien niet meteen de relevantie of de draagwijdte van mijn uitweidingen zien, maar geloof me vrij: er is een Groter Plan.

Om deze code te decoderen, moeten we niet alleen het document zelf uitputtend analyseren, maar ook de context waarin de Marsch-Impromptu ons heeft bereikt. En die heeft alles te maken met de persoon van  Karl Hammer, en de boeken die hij als ‘onderzoeksjournalist’ heeft gepubliceerd.
Laten we dus met de persoon Karl Hammer beginnen. Google je ‘Wikipedia Karl Hammer’ dan stoot je op een gebruikerspagina van de man, die hij in 2013 is gestart, omdat hij ‘als schrijver-journalist en kunstfotograaf’ veelvuldig gebruik maakt van de online encyclopedie. Aangezien iedereen er ‘van alles op ieder moment’ in kan schrijven, acht hij de Wikipedia-informatie een ‘zachte bron’ die nadere verificatie behoeft.
Met deze reserves in het achterhoofd, kunnen we op de Nederlandse Wikipedia van Karl Hammer Kaatee lezen dat hij in 1969 geboren werd als een kind van de Amsterdamse Wallen. Hij groeide op in een gewelddadig gezin, in een ’nachtwereld van prostitutie, wapens, drugs, overvallen en fraude’. Nadat zijn vader Piet Kaatee stierf, nam hij de naam van zijn pleegvader aan, Hammer.
Tot de familie van Karl Hammer Kaatee behoort Marcel Kaatee, die als ‘boekhouder’ van topcrimineel Willem Holleeder van allerlei feiten werd beschuldigd, maar uiteindelijk op alle punten vrijgesproken ([1]). Nog steeds volgens Wikipedia was hij bevriend met de zoon van ‘Zwarte Joop’, de ‘Godfather van de Amsterdamse onderwereld’ ([2]). En met Maarten Geurts, die in 1990 van de radar verdween, en van wie wordt aangenomen dat hij ‘door de penoze werd gemold’ – om het even in de gepaste stijl uit te drukken.
Een groot deel van zijn jonge jaren bracht Karl Hammer door in tehuizen, vervolgens tuchthuizen, daarna de gevangenis. Nadat hij voor langere tijd in de cel belandde, keerde hij – als volwassen man – de criminaliteit definitief de rug toe: ‘Opeens zag ik dat ik zo niet verder kon. Mijn leven bestond uit niets en leidde tot niets. Dat moest veranderen.’
Hammer Kaatee ging in de jaren 80 als schoonmaker werken bij het AVRO televisieprogramma Stuif es in en bracht het tot productieassistent en video-editor bij programma’s als Vinger aan de Pols en Toppop. Hij werkte als radiopresentator bij Cable One, en als regisseur voor Joop van den Ende (TV10 / RTL-Veronique). Door zijn ontdekking van een lacune in de mediawetgeving slaagde hij erin de hegemonie van de publieke omroep op de etherfrequenties te doorbreken, waardoor commerciële radio mogelijk werd. Begin jaren 90 werkte hij als manager en regisseur voor grote internationale mediabedrijven als de KirchGruppe en Pearson International, en was hij ook te vinden op grote evenementen als het Filmfestival van Cannes.
In 2006 startte Hammer zijn carrière als onderzoeksjournalist, met de publicatie door uitgeverij Elmar van het boek Satans Lied, dat als ondertitel heeft: De jacht van de CIA op Jezus – maar eigenlijk ‘over de occulte motieven voor de roof van het paneel De Rechtvaardige Rechters’ handelt.
In 1934 werd het paneel met die naam gestolen uit het wereldberoemde altaarstuk Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, dat bewaard werd (en wordt) in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Het onschatbare kunstwerk is nog steeds niet terecht. In België, maar vooral in Vlaanderen, is deze mysterieuze zaak uitgegroeid tot een soort Monster van Loch Ness. De Gentse commissaris Karel Mortier wijdde sinds de jaren 60 een aantal ‘criminologische studies’ aan de kwestie. In 1991 zorgde Patrick Bernauw met zijn boek Mysteries van het Lam Gods voor een nieuwe wending: hij koppelde de roof van het paneel aan de ketterse achtergronden van het Lam Gods, dat bekend stond als ‘een hoogtepunt van christelijke mystiek’. Het Lam Gods zou een gecodeerd kunstwerk zijn, waarop de Graal en de Tempeliers figureren. Hiermee legde hij de link tussen de mysteries die het kunstwerk omgeven en Het Heilig Bloed & de Heilige Graal van Baigent, Leigh & Lincoln, over de ‘bloedlijn’ van Christus – jaren voordat Dan Brown zich het thema toeëigende met De Da Vinci Code. Bernauw was ook de eerste die een ‘nazi plot’ ontwaarde achter de roof van het paneel en de dood van vermoedelijke dader Arsène Goedertier ([3]).
Hammers versie van het ‘waargebeurd verhaal’, zijn ‘getrouwe weergave van feiten en omstandigheden’ werd in 2010 door Stacey International gepubliceerd in het Engels onder de titel The secret of the sacred panel, waarna het in verschillende andere landen vertaald werd. In 2011 verscheen een licht uitgebreide en herziene versie bij Elmar, met als titel De grootste kunstroof uit de geschiedenis, het geheim van de verdwenen Rechters.
Ongeveer tegelijkertijd met het schrijven van zijn boek over ‘de jacht van de CIA op Jezus’, en naar eigen zeggen door toedoen van hoofdfiguur Tom R., raakte Karl Hammer meer dan nauw betrokken bij de joods-christelijke secte van de Ebionieten, die gelooft dat Jezus de natuurlijke zoon was van Jozef en Maria. Satans Lied eindigt met een aantal Ebionieten die Tom R. in 1974 de Arma Christi tonen, de ‘marteltuigen van Christus’. Hun logo is een cirkel met een palmblad, maar zij gebruiken ook het ‘Tau kruis’, dat de vorm heeft van de letter T. De Tau wordt zowel in verband gebracht met Franciscus van Assisi en Sint-Antonius, als – in de Germaanse mythologie – met de Hamer van Thor ([4]).
Nadat hij op de voorgrond was getreden als onderzoeksjournalist, begon Hammer zich ten slotte te profileren als kunstfotograaf. Hij beoefent het ‘imaginair realisme’, een afsplitsing van het ‘magisch realisme’, waarvan het zich onderscheidt omdat het uitsluitend realistische elementen gebruikt in fantastische scènes. Zijn onderwerpen zijn mythologisch, en hebben bijgevolg ook een groot symbolisch gehalte. Zijn fotografisch werk spreekt tot de toeschouwer in een ‘gecodeerde taal’ ([5]).  






[2] De ware naam van Zwarte Joop is Maurits De Vries, zie o.a. http://nl.wikipedia.org/wiki/Maurits_de_Vries

[3] De jonge Amerikaanse kunsthistoricus Noah Charney schreef een standaardwerk over de zaak: Het Lam Gods, ’s werelds meest begeerde meesterwerk, Luitingh, 2011.

Geen opmerkingen: