woensdag 6 april 2016

Tears of the wolf – The book – The rock opera


Een opmerkzame lezer van deze blog en het boek Het Mysterie van Mittenwald stuurde Ysa Pastora de volgende constatering. Gekeken werd naar het promotiemateriaal van Cyril Whistler die een ‘oplossing’ gevonden zou hebben voor het raadsel van de Marsch-Impromptu en die stellig meent dé plek gevonden te hebben waar Hitlers goud en diamanten verstopt zijn. Op grond daarvan schreef hij een rock opera en timmert hij hard aan de weg om zijn vinding wereldkundig te maken en zijn creatie aan de man te brengen.
Wat ziet onze opmerkzame lezer? Kijk eens naar de gebezigde titels in het promotiemateriaal, dan leest u achtereenvolgens:
Tears of the Wolf    -   The book   -   The rock opera
Telkens begint de titel met dezelfde letter:  T - T – T
De letter T is de 12e Tiwaz rune in het Armaanse runen alfabet van Guido von List. Dat is de grondlegger van de leer van de Germaans-heidense Armanen Orden. Tiwaz verwijst naar Tyr, de Germaanse god die onverschrokken de strijd aangaat en zichzelf geheel opoffert voor de zaak.
De letter T wordt driemaal gebruikt. Laat het getal drie nu centraal staan op het document “Marsch-Impromptu”. Drie is een heilig getal voor de Armanen Orden.
T - T - T  staat numerologisch gelijk aan 12-12-12.
Wie maakte eveneens bedoeld gebruik van de datum 12-december-2012?  Lezers van de blog en de boeken weten inmiddels dat dat niemand minder is dan Karl Hammer. Uitgerekend op die datum presenteerde hij met veel tromgeroffel zijn boek “Codebrekers: Gezocht”, dat na de onthullingen van Ysa Pastora uit de handel werd gehaald.
Wikipedia meldt dat meerdere Tiwaz runes op elkaar gestapeld zoals hier

 of na elkaar:



vaker voorkomt in het Germaans neopaganisme. De herhaling dient om de magische krachten op te roepen van de rune en van de god Tyr. Runen worden gebruikt als communicatiemiddel tussen aanhangers van  het Germaanse nieuwe heidendom en het neonazisme.
De gestapelde Tiwaz runen stellen bovendien een naaldboom voor. Is het toeval dat het door Ysa Pastora gevonden Germaanse en nazi heiligdom op de heilige Schwarzkopfberg bij Mittenwald, de Irminsul - een grafmonument voor Adolf Hitler - eveneens bestaat uit een naaldboom met drie prominente takken?

Onze lezer stelt daarna logischerwijze de vraag of er een (samenwerkings)verband bestaat tussen Cyril Whistler en Karl Hammer.
Heeft Whistler een uitweg geboden aan Karl Hammer en zijn debacle?

Is Whistler niet de naïeve speurder waarvoor hij zich uitgeeft?

maandag 7 maart 2016

Christiaan zegt: ‘Donker van huid ben je, doch bekoorlijk...’

De zwarte madonna en Isis

Bij het lezen van het boek Gezocht: Codebrekers stuitten we op de naam Christiaan. Karl Hammer verklaart dat Christiaan een vriend is die samen met hem een reis naar Mittenwald ondernam om de ‘fysieke schat van Hitler’ te vinden. Wij zetten twee vraagtekens bij die bewering.
Ten eerste om de doodeenvoudige reden dat die fenomenale schat nooit bestaan heeft. Drommels goed daarvan op de hoogte, oordeelde Hammer desalniettemin het Nederlandse en Vlaamse publiek daarover te moeten voorliegen en ermee aan de rol te gaan. Wij rapporteerden alvast uitgebreid over het onderwerp in De Hamer van Thor en Het Mysterie van Mittenwald:

Het is de lezers van Het Mysterie van Mittenwald bekend dat de Marsch-Impromptu met de code toevoegingen geschoeid is op een esoterische en occulte leest. De centrale onderwerpen omvatten een sacrale zoektocht die een Hitler verlossercultus blootlegt in de vorm van een nazi-heidens heiligdom in Mittenwald ter bewieroking van zijn ‘schitterende gedachtegoed’ - dat is waaruit de ‘schat’ werkelijk bestaat - en een passionele oproep door een ondergronds genootschap. Deze nieuw-heidense, vrijmetselende broederschap streeft naar de volbrenging van de Arisch-Armaanse utopie, dat is de bewaking van het pure Arische bloed - de Armaanse Graal - en de ultieme werelddominantie in de vorm van een Vierde Rijk.


Ten tweede omwille van de opmerkelijke associatie van zijn ‘vriend’ met de naam ‘Christiaan’ met ‘Christian Rosenkreuz’. Als de geschetste trip als een zoektocht naar ‘het licht’ in waarheid nooit plaatsvond of feitelijk als doelwit had om zijn misleidende boek aan en in te kunnen kleden en aan de man te brengen, wie is dan de flegmatieke Christiaan die meermalen opgevoerd wordt als een ‘zondagskind’? Het zou niet ongebruikelijk zijn als Hammer, mystificerende symbolist en occultist van het zuiverste water, hier opnieuw een toespeling maakt op het uitoefenen van verborgen wijsheid in de gestalten van de (quasi-) vrijmetselarij of de nauw verwante Rozenkruisers beweging die meer dan een vleugje bio-alchemistische aandacht schenkt aan het geslachtelijke aspect. Is ‘Christian Rosenkreuz’ immers niet de allegorische stichter van de hermetische beweging die al dan niet ontstond op aangeven van de raadselachtige Priorij van Sion of als erfgenaam van de Tempeliers? 

Het graf van Christian Rosenkreuz,
afgebeeld als de "Filosofenberg"

En ligt deze Christian volgens de legende niet - onvergankelijk - begraven op een geheime plek die immer verlicht wordt door een ‘innerlijke zon’? Grondt Hammer op dit zinnebeeldige thema zijn personage Christiaan en diens typering als een ‘zondagskind’? Het sluit naadloos aan bij de manifeste verankering van zijn boeken, én van de Marsch-Impromptu, in de verborgenheid van geheime genootschappen. Karl Hammer trad in het verleden, en wellicht nog steeds, op als een occulte monnik/priester onder het pseudoniem Mark Harlem. Schijnbaar met de opdracht geheime kennis te vrijwaren omtrent Maria Magdalena alias een Zwarte Madonna (‘Donker van huid ben ik, doch bekoorlijk’ uit het Hooglied van Salomo) die beiden te herleiden vallen tot Isis, de oud-Egyptische godin van de liefde, ook genoemd ‘Koningin van de Hemel’ en ‘Sterre der Zee / Stella Maris’. Hammer grondvestte waarschijnlijk voor dit doeleind een stichting, zijn Frieda Foundation. De term Frieda is moeiteloos te herleiden tot ‘vrede’ in de zin van ‘bescherming’, ‘veiligheid’ en ‘zekerheid’.
In een op het vrouwelijke principe gerichte cultus zou rituele seks als ultiem sacrament gehanteerd worden voor de eenwording van de mens met god als bekroning van het ‘Grote Werk’. Het zou boekdelen spreken. Van wie komt het gebod? Hoogdravend van de legendarische Priorij van Sion of lager-bij-de-gronds van een op commercie beluste compagnie die genoopt is zijn viriele koopwaar sub rosa te houden?
Welke rol speelt daarin Hammers andere stichting, de Stichting Loge 1990, een besloten sociale club? Let wel, u zou in de laatstgenoemde de uit de occulte geschiedenis welbekende term ‘loge 99’ kunnen zien, doelende op het maximum van 99 (mannelijke) leden, en met een demoon/god als het kronende 100e lid, gesandwicht tussen het getal 1 en 0, dat is tien, waarmee de goddelijk perfectie bedoeld kan zijn of 1 + 99 = 100 (10 maal 10!), een god/demon, als optelsom.
In de Gematria, wel bekend bij Hammer, worden mystieke betekenissen gehecht aan woorden en aan samenhangen tussen woorden met dezelfde waarde. Zo is 99 numerologisch het getal van het Hebreeuwse woord voor zowel HVPE, huwelijksbed, als voor IDIGhE wat staat voor kennis of begrip. Het woord Amen, ‘zo zij het’, in het Grieks, heeft eveneens de waarde 99. Er is dan niet eens veel vindingrijkheid nodig om het mêlerend te brengen tot: ‘kennis van de echtelijke sponde als plaats van de versmelting tussen man en (goddelijke) vrouw als zinnebeeld voor het Grote Werk: de samensmelting van de mens met god. Zo zij het’.

Wat houden het fictieve personage ‘Christiaan’ en de beide stichtingen ons voor? Een verwijzing naar een hemelse verheven cultus of, ondermaans contrasterend, naar een parenclub/bordeel dan wel productiemaatschappij van video’s van hetzelfde, of naar een combinatie van beide?
Hammer die als een Klaas Vaak nu eens zwaarwichtig dan weer dweperig, kwistig en koket meent te moeten strooien met mystieke diversen, die misleiding niet schuwt maar ineens spoorloos verdwijnt als onderzoekers zijn bedrog openbaren en hem om opheldering verzoeken, of als anderen, mis bejegend en in hun wiek geschoten, verhaal komen halen. O My God, schort er wat in de bovenkamer?

maandag 22 februari 2016

Verlosser of Verdelger, toeval of niet?


Het boek Gezocht: Codebrekers werd door Karl Hammer uit de verkoop genomen in het kielwater van de onthullingen in De Hamer van Thor en Het Mysterie van Mittenwald. In zijn meest manhaftige occulte dromen had Hammer niet kunnen bevroeden dat het ooit tot een rasechte blootlegging komen zou en dan nog door lieden met ongewassen handen. Bovendien vormde de aard van de revelaties voor hem de aanleiding om schielijk het hazenpad richting noorderzon te kiezen. Hij deed dat daarnaast op potsierlijke voet door een naïeve aanbidder van zijn belofte deftig te bombarderen tot opduikelaar van dé plek van de beminde bout; een fenomenale schat die intussen foetsie zou zijn maar in werkelijkheid nooit bestaan heeft. De Marsch-Impromptu zoals gepresenteerd door Hammer (!) is een harlekinade, een farce, een schijnvertoning. Een mysteriespel van een smousend bijdehandje, een schilder van donkerlicht die zo bedrieglijk druiven weet na te bootsen dat (bijna) alle vogels zich beet lieten nemen.  
Hammer jeremieert en pretendeert dat hij het niet kon bolwerken om zelfs na jaren van intensief speurwerk de puzzel te kraken; terwijl hem, als een tantaluskwelling, ‘slechts één detail’ scheidde van de oplossing. Of de lezer het over zijn hart zou kunnen krijgen om hem erbij te helpen? Met een rijke beloning in het verschiet. 

In voorgaande blogs deed Ysa Pastora al uitentreure uit de doeken dat het in Hammers boek, reconstructief-terugblikkend, wemelt van toespelingen op de oplossing, dat het vanuit die optiek zelfs aan te merken is als een verholen leidraad. Voor ingewijden staat het boek onvervalst bol van symboliek, numerologie en vingerverwijzingen naar esoterie en occultisme, die ten diepste de Marsch schragen. Hij geeft impliciet te kennen een connaisseur te zijn van de ingenieus verpakte boodschap, wat in schril contrast staat met zijn geveinsde onwetendheid en onvermogen om het cryptogram open te breken.
Andermaal vinden we hiervan een voorbeeld in de titels van de vijf hoofdstukken van het boek:
1.       Geen geschiedenis zonder voorgeschiedenis
2.       Verlosser of verdelger
3.       Berlijn in de bunker
4.       Roof of recht?
5.       Kamer Zes

De laatste titel ‘Kamer Zes’ werd eerder al uitgelegd als mogelijk een verwijzing naar het grote slot monogram dat de zoektocht als kroon op het werk bovenop Mittenwald projecteert.

Welk occult geheim zou verborgen kunnen liggen in elk van deze vijf zorgvuldig geformuleerde titels? Die vindt u als u de numerieke waarden, dat is hun plaats in het alfabet, van de eerste letters van elk woord uit elke titel optelt. Met deze beperking: in regels 2 en 4 kent u de waarde nul toe aan de letter ’o’ van ‘of’, of u negeert ze, en stelt de waarde van ‘Zes’ op 6.

1.       G G Z V                 7 + 7 + 26 + 22 = 62        6 + 2 = 8
2.       V o V                     22 + 0 + 22 = 44              4 + 4 = 8
3.       B I D B                  2 + 9 + 4 + 2 = 17            1 + 7 = 8
4.       R o R                     18  + 0 + 18 =                  1 + 8 + 0 + 1 + 8 = 18
5.       K (Zes)                  11 + 6 = 17                      1 + 7 = 8

U ziet naast het ene getal 18 de waarde 8 viermaal terugkeren. 8 staat voor de achtste letter H van Hitler en 18 voor Adolf Hitler. Let u daarenboven op de alliteratie die in vier van de vijf titels voorkomt. Dat staat gladweg gelijk aan een magische bezwering in het heidendom en het occultisme, aan het oproepen van de krachten van de kennings van de kengetallen. Ontbiedt Hammer hier doelbewust de krachten van Adolf Hitler, zoals ook de Marsch dat onbelemmerd doet?

Wat is de kans dat de herhaling van 8 op toeval berust? In elk van de vier afzonderlijke gevallen is de kans op een 8 gelijk aan 1 op 9. Wat is dan de kans dat de waarde 8 viermaal achtereen zou voorkomen? Die is gelijk aan (1/9)^4 = 0.000152; een trefkans van ongeveer 2 op tienduizend. Dat zou best eens geen toevallige stuip kunnen zijn, met als teneur dat Hammer opzettelijk een signaal uitdraagt naar zijn geestverwanten. Hij lijkt zich ontegenzeggelijk te bedienen van de taal van de numerologie als communicatiemiddel.



Karl Hammer heet oorspronkelijk Karl Kaatee, maar noemde zich later Karl Hammer Kaatee. Hij beweert dat de toevoeging Hammer niet meer behelst dan de naam van zijn stiefvader. Best mogelijk. Maar het kan evengoed fungeren als een pretext, een dekmantel. Telt u de waarden van alle letters van de naam Karl Hammer Kaatee eens op.

Karl                    =  11 + 1 + 18 + 12                       = 42
Hammer              =    8 + 1 + 13 + 13 + 5 + 18         = 58
Kaatee                 =  11 + 1 + 1 + 20+ 5 + 5              = 43

42 + 58 + 43 = 143 -> 1 + 4 + 3 = 8

Opnieuw het kengetal 8, voor Hitler. Streeft Karl met de afwijkende latere toevoeging ‘Hammer’ een verbintenis met de naam van Hitler vooropgezet na?
Neem daarnaast in ogenschouw dat de naam Karl Hammer overeenkomt met de Franse naam ‘Charles Martel’, die ooit de opmars van de Moren stuitte. Rechts-radicale milieus hanteren deze Hamer als een strijdnaam en zinnebeeld voor het verzet tegen de huidige vluchtelingenstromingen vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Jaagt Hammer met zijn occulte bokkensprongen, begoocheling met verborgen kennis en zijn nauwelijks verholen dweperij met het nationaalsocialisme andere doelen na dan enkel geldgewin uit boekverkopen aan hen die niets vermoeden? Een eveneens beetgenomen mediabestel stond hem daarbij welwillend ter zijde. Het oordeel is aan de lezer.